Vrijwilliger Jan Lieske van het Streekarchief heeft op alle 141 afleveringen van het historische tijdschrift van Heemkunde Hattem (van 1980 tot nu) een index gemaakt. Elk van de bijna 13.000 namen is hierin voorzien van een korte aanduiding wat er over die persoon is gemeld. Heemkunde Hattem stelt die op de website van de vereniging door middel van een zoekoptie keurig beschikbaar. http://www.heemkundehattem.nl/nl/zoeken/
Bent u op zoek naar een auteur van een artikel in het Heemkundeblad of de titel van een artikel, dan vindt u die op de website van het Streekarchief . Zoek daar in de bibliotheek. Daar staan ze vanaf aflevering 51. De oudere (voor 1992) zijn te vinden in het boek de Historische Bibliografie van Hattem Hattemianae geschreven door H.J. Veldkamp.
vrijdag 20 maart 2015
Zonsverduistering 1912 verliep wel met helder weer
In Epe was het tijdens de zonsverduistering van 1912 prachtig weer. De Eper Courant die we in het streekarchief bewaren doet er melding van. De omstandigheden waren nu wel anders.
vrijdag 20 februari 2015
Goed in de slappe was zitten in dagblad Trouw 20 feb 2015
959 Hoe zijn
we aan goed in de
slappe was
zitten gekomen?
Dinsdag
werden hiervoor twee, niet
afdoende,
verklaringen gegeven.
Gerrit
Kouwenhoven,
streekarchivaris
van Epe, Hattem
en Eerde,
mailde een andere uitleg.
Was vormde
in de Middeleeuwen
een kostbaar
goed. Het 'stond
haast gelijk
met baar geld'.
Schutters
van het Sint Annagilde in
Hattem,
waarvan Kouwenhoven de
geschiedenis
beschrijft, 'moesten
bij allerlei
overtredingen niet een
geldelijke
boete, maar een pond
was
betalen'. Was kon synoniem
zijn met
(was)kaarsen, vooral
gebrand op
de altaren van heiligen.
Problematisch
is wel dat de
uitdrukking
goed in de slappe was
zitten pas
in de negentiende eeuw
lijkt te
zijn opgetekend.
donderdag 19 februari 2015
Goed in de slappe was zitten. Waar komt dat vandaan?
In de middeleeuwen moesten
de schutters van het Annagilde van Hattem bij allerlei overtredingen niet een geldelijke
boete, maar een pond was betalen. Dit lijkt voor ons op het eerste gezicht wat
vreemd, maar er zit wel een logische achtergrond achter. Het woord “was” kennen
we onder andere als grondstof voor kaarsen, toortsen en dergelijke. Overdrachtelijk kan het woord collectief worden
gebruikt voor kaarsen vervaardigd uit was.
Vaak als offergave voor religieuze diensten, ter ere van heiligen en
dergelijke. Als spreekwoorden en zegswijzen, aansluitend bij de eigenlijke dan
wel overdrachtelijke betekenis, kennen
we de volgende uitspraken: Het is niet al was dat
brandt,
hetgeen betekent: schijn bedriegt. Ieder heilige zijn was, betekent
ieder het zijne. Ook specifieker in den zin van: ere wie ere toekomt. Als
alle heiligen hun was ervan hebben, zit Onze-Lieve-Vrouw in 't duister,"
wordt gezegd van iemand die tekort wordt gedaan bij een deling, iemand die juist in de eerste plaats (hier Maria)
aanspraak op iets kan maken. De grondstof was voor het maken van kaarsen was
een tamelijk kostbaar goedje. Daarmee staat het haast gelijk met baargeld. Van
iemand die bemiddeld is zeggen we immers nog steeds dat hij goed in de slappe
was zit. De waskaarsen werden in het bijzonder op altaren van heiligen gebrand.
En dat zal in Hattem op het altaar van de heilige Anna niet anders zijn
geweest. En na een bijeenkomst van de schutters brandden er geheid weer veel
kaarsen van een pond was, omdat de heren het niet konden laten ruzie te maken
of op elkaar te schelden. Er waren producten die als ruggengraat of motor van
de Hanzehandel te beschouwen zijn. Was is er daar één van. Het fundament onder
het handelsimperium van de Hanze en tevens haar betrouwbaarste inkomstenbron
was de handel in bont en bijenwas. Door de groei van de christelijke
erediensten was de vraag naar was enorm gestegen. Elke kerk en elk altaar vroeg
om een afstraling van het eeuwige licht, die zich met dure waskaarsen het best
liet realiseren. En dat niet alleen vanwege het licht, maar ongetwijfeld ook
vanwege de geur die waskaarsen verspreiden. Al in de twaalfde eeuw kon de
binnenlandse productie niet meer aan de vraag voldoen, zodat men op zoek moest
naar nieuwe productiegebieden. Die vond men in de onafzienbare steppen en
wouden van Nowgorod, Rusland, Wit-Rusland en Polen, waar wilde bijen elk jaar
enorme hoeveelheden van dit begeerlijke materiaal voortbrachten. De
Hanzekooplieden wurmden zich in die handel en werden de belangrijkste
verhandelaars. Zij beheersten bijvoorbeeld begin 14de eeuw de Engelse markt
zozeer, dat zij toen zij in een jaar daar slechts 10.000 kg was aanboden in
plaats van het gebruikelijke tienvoudige, de Engelse koning ze voor de rechter
daagde wegens majesteitsschennis. In 1566 werd er door de Hanze nog bijna 800
ton was door de Sont naar het westen getransporteerd.
In Hattem lopen de kinderen op 10 november Sint Maarten
Het is in Hattem gebruik om op 10 november Sint Maarten te lopen in
plaats van 11 november de dag van de heilige zelf. Er zijn landelijk
meer viermomenten die op de dag voorafgaande aan de eigenlijke dag
vallen. De meest bekende is Sinterklaas. Die viert heel Nederland op 5
december, maar zijn dag valt zoals velen weten op 6 december. Er is ook
een naam voor dit verschijnsel. We vieren de “avond”. Sinter-klaasavond
is ons feest, dat is op de dag voorafgaande aan de eigenlijke dag.
Kerst-avond is de avond voorafgaande aan de eerste kerstdag. Voordat de
vasten invalt op aswoensdag vieren velen de “vastenavond” dat is het
carnaval op de dinsdag (en inmiddels al veel meer dagen) voorafgaande
aan de aswoensdag. Het is dus zeer aannemelijk dat we in Hattem gewoon
Sint Maartensavond vieren, dat is de dag voorafgaande aan de elfde van
de elfde. Niets bijzonders als je het zo beschouwt. Gezien het feit dat
het hele land Sinterklaasavond, de vijfde december, viert, is het
onbegrijpelijk dat onze omgeving en wij zelf elke keer rond 10 november
zoveel ophef maken over de Hattemer viering van Sint Maartensavond.
Eigenlijk is het heel gewoon. Let ook eens op het Duitse “Sonnabend” het
andere woord voor “Samstag”, de dag voor de zondag.
Artikel 11 van het reglement voor de gemeenschappelijke weide Het Veen te Hattem van het jaar 1836 luidt als volgt: “Vóór den bepaalden omslag, en ná St Marten -of 10 november- zal geen vee in Het Veen worden toegelaten”. Hieruit kunnen we concluderen, dat reeds in de eerste helft van de negentiende eeuw, 180 jaar geleden, men in Hattem niet beter wist dan dat Sint Maarten op 10 november werd gevierd.
Artikel 11 van het reglement voor de gemeenschappelijke weide Het Veen te Hattem van het jaar 1836 luidt als volgt: “Vóór den bepaalden omslag, en ná St Marten -of 10 november- zal geen vee in Het Veen worden toegelaten”. Hieruit kunnen we concluderen, dat reeds in de eerste helft van de negentiende eeuw, 180 jaar geleden, men in Hattem niet beter wist dan dat Sint Maarten op 10 november werd gevierd.
maandag 5 januari 2015
Bezoekcijfers 2014
Er waren dit jaar 270 bezoekers van de studiezaal tegen 299 vorig jaar. Zij brachten 580 maal een bezoek aan het streekarchief, tegen 589 vorig jaar. Van hen waren er 76 genealogen die 108 keer kwamen. Er is sprake van een lichte teruggang van deze cijfers. De dienstverlening kostte afgelopen jaar desondanks opnieuw veel tijd (meer dan de helft van de totale uren) van de archivaris, mede omdat de verstrekte inlichtingen onveranderd veel aandacht vergden. Het aantal hiervan bedroeg 143, tegen vorig jaar 103, dus dat was aanzienlijk meer. Slechts 30 inlichtingen betrof genealogisch onderzoek.
De bezoekersaantallen aan de
website van het Streekarchief liepen vanaf september op van ongeveer 950 per
maand tot bijna 1100 per maand.
Het aantal bezoeken van de
laatste jaren:
1999
|
794
|
2000
|
790
|
2001
|
869
|
2002
|
876
|
2003
|
1000
|
2004
|
855
|
2005
|
602
|
2006
|
432
|
2007
|
413
|
2008
|
422
|
2009
|
554
|
2010
|
482
|
2011
|
703
|
2012
|
706
|
2013
|
598
|
2014
|
580
|
Abonneren op:
Posts (Atom)


