Posts tonen met het label Hattem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hattem. Alle posts tonen

dinsdag 3 mei 2016

Brief van Maarten Luther


In het oud archief van Hattem (inv. nr. 1025) bevindt zich in een zakboekje van Johannes de Koster, meester van de Latijnse School van Hattem,  een afschrift van een brief die de kerkhervormer Maarten Luther schreef aan de rector van de Latijnse School van Zwolle, Gerard Listrius.




Hieronder een vertaling van Thom. J. de Vries. Wij houden ons aanbevolen voor verbeteringen daarvan.

Maarten Luther van de Augustijnerorde aan Gerardus Listrius rector van Zwolle.



Met grote voldoening heb ik uw brief ontvangen en deze viel in de smaak van pater Johannes hier en van al wat met ons partij houdt en wij wensten wel, dat die brief ons mocht vinden in die toestand waarin zowel uw als paters Johannes opinie dat veronderstelt. Wat mij betreft, ik weet wel waar het mij aan schort: de faam stijgt wel heel ver boven mijn verdiensten uit.

Philippus (Melanchton) echter geeft op een allergelukkigste wijze als professor les in de godgeleerdheid van zijn eerstejaars college over de brief van Paulus aan de Romeinen voor een gehoor van ongeveer 500 man, die allen gretig naar hem luisteren en waarlijk met een ongelofelijk succes. Moge God begunstigen wat hij heeft ondernomen, opdat de gehele Christelijke wereld uit dit zijn uitverkoren vat – aan wie ik de toekomst binnenkort toevertrouw – een allerzuiverste godgeleerdheid aan de bron zelve moge drinken.

Ik ben van mening, dat in geen duizend jaar de gewijde stof met zulk een oprechtheid en duidelijkheid is verhandeld en haar geestelijke inhoud tot de tijd van de apostelen zo nabij is gebracht. En als we nu niet ondankbaar willen zijn, dan moeten we het tot onze taak rekenen om Gods eigen zaak met alle goede middelen te bevorderen en aan te bevelen. Ik heb deze mijne jaren verloren met ongelukkige oorlogen en ik zou liever willen, dat mijn werken geheel en al te niet gaan dan een sta in de weg te vormen voor een meer gezuiverde godgeleerdheid of voor betere vernuften; en ofschoon ik op de huidige dag niet zonder bloed en tranen filosofeer, houdt mijn noodlot mij toch danig in de knel, immers als een ven die kwade geesten mij aanvalt, dan proberen allen op mij lauweren te behalen en de palm der overwinning te plukken. Zo wenste ik wel dat ik zou mogen zijn als David die bloed moest vergieten, doch dat Philippus zou mogen zijn als Salomon, die in vrede heerste. Amen.

Maar al het overige nieuws zal de man overbrengen die u hebt gezonden, namelijk pater Johannes; doch indien deze minder goed aan uw verwachting mocht voldoen, reken dan, dat het de schuld is van u die over ons al te stoutmoedig hebt gedacht in een punt dat het onze niet is.Tot nu toe komen uit Rome aan mijn adres wel dreigementen en boze aanslagen, maar daar heb ik verachting voor. Duitsland immers begint er smaak in te krijgen en het krijgt inzicht in het huichelspel van de pauselijke aanhangers. Welnu, ik verzoek u vriendelijk uit mijn naam de groeten te doen aan alle voortreffelijke mannen die mij, via u de groeten hebben gedaan. Het psalmenboek dat ik tot psalm 18 heb voorzien van een commentaar van woord tot woord begint me een straf te worden van hem te moeten uitleggen; niet zozeer om het werk, maar omdat die zaken allerminst in het gehoor van het volk liggen en slechts geschikt zijn voor het bevattingsvermogen van zeer weinigen en tot nu toe heb ik niet besloten of ik soms ook gemakkelijk te begrijpen traktaatjes in het licht moet gaan geven; immers dit is de spijze van de meer volmaakte geest. Waarde Gerardus, vaarwel in de Heer. Uit Wittenberg de 30ste juli

(1520) (de 3de kalendes augusti) (Grotefend blz. 16, 17, 141)





De vertaling komt uit het boek van Drs. Thom. J. de Vries, Geschiedenis van Zwolle, blz. 162, 163. (met dank aan Siem van de Weerd)

Gerard Listrius was een vurig humanist en was in 1515, ongeveer 25 jaar oud, rector van de Latijnse school van Zwolle geworden. Hij correspondeerde dus met Luther en had sympathie voor diens opvattingen. Hij was in de leer geweest bij Erasmus. De broeders van het Gemene Leven met wie Listrius bevriend was, bouwden in die tijd een scholierenhuis waar maar liefst 200 arme leerlingen van buiten de stad onderdak konden vinden. Listrius was een modern man, hij ging over op het gebruik van gedrukte boeken. Hij liet door hem zelf geschreven leerboeken ook drukken. In 1522 werd Listrius rector in Amersfoort. 

De genoemde dreigementen uit Rome kunnen bestaan uit de dreigbul van 15 juni 1520 van de paus waarin Luther wordt gemaand 41 van zijn 95 stellingen te herroepen. 

Over de brief is ooit al eens gepubliceerd door mijn onvolprezen voorganger Frederic Adolph Hoefer in Archief voor Nederlandse Kerkgeschiedenis deel 7 blz 203 - 206. Daar staat ook een afschrift van de brief. (Met dank aan Jos de Weerd) 






Deze brief van Luther is ook terug te vinden in: WA Br II, 148; brief nr. 316.
De WA is online beschikbaar voor studenten en medewerkers van een universiteit die de digitale versie heeft gekocht.  De WA op papier staat natuurlijk in wel meer bibliotheken. 
Die so genannte Weimarer Ausgabe (WA) ist eine kritische Gesamtausgabe, die sämtliche Schriften Martin Luthers sowie seine von anderen aufgezeichneten mündlichen Äußerungen in lateinischer oder deutscher Sprache umfasst. Der offizielle Titel dieser Ausgabe lautet: D. Martin Luthers Werke.
Zie ook:Kurt Aland, Hilfsbuch zum Lutherstudium, Bielefeld: Luther-Verlag, vierte, durchgesehen und erweiterte Auflage 1996. 



Luther in Wikipedia

Melanchton in Wikipedia

Gansfort in Wikipedia

 

vrijdag 18 maart 2016

Fortuin in Hattem ook pelmolen

De molen De Fortuin in Hattem is gebouwd in 1816 en is dus 200 jaar oud. Minstens zeventig jaar daarvan was hij niet alleen een korenmolen, maar tevens ook pelmolen. Het is dus geen wonder dat op het molenterrein een pelmolensteen is gevonden. Deze staat nu als een fraai monument naast de molen. De periode dat de molen zowel pelmolen als korenmolen werd genoemd in de bronnen strekt zich uit van 1842 tot 1912.



woensdag 24 februari 2016

Heggenvlechten eeuwenoud

"Het heggenvlechten is eeuwenoud" lezen we in Mooi Gelderland het magazine van winter 2015 van Geldersch Landschap en Kasteelen. In hetzelfde artikel staat ook dat heggen op gemeenschappelijke weiden niet nodig waren, maar dat is niet helemaal waar. De grote gemeenschappelijke weide de Hoenwaard bij Hattem was met twee heggen opgedeeld in drie grote stukken: het achterste, het middelste en het voorste stuk. De techniek wordt ook beschreven: de struiken worden onderaan schuin ingekapt en neergelegd en gevlochten. Dit voorkomt dat er onderaan gaten ontstaan waar dieren doorheen kunnen kruipen. Deze techniek vinden we precies zo beschreven in de stadsrekening van 1529 van Hattem. Dus "eeuwenoud" is zeker vijf eeuwen oud en deze techniek, waarvan wordt gezegd dat die in Engeland bekend is, was ook bij ons 500 jaar geleden bekend.


Rolof Dapper ende Jan van Hengel betaelt op paeschavent van 15 dagen
arbeyts dat sij den haeghen lachten ende vlochten buyten der Dijckpoirte in den
olde doylen elcken dag betaelt 2½ stuiver facit tsamen 2 goudgulden 19 stuivers Brabants
Noch Jan Scomaker betaelt van vijf dagen dat hij den haeghen oick
hielp leggen 12½ stuiver Brabants

Aangezien deze heggen in de oude doelen buiten de Dijkpoort stonden, kan het ook nog eens gaan om verdedigingswerken, want puntige doornheggen, goed gelegd en gevlochten, waren ook voor mensen ondoordringbaar en werden daadwerkelijk als zodanig gebruikt juist buiten de stadsmuren. Aangezien Hattem in het jaar ervoor, in 1528 ook nog een zware belegering had meegemaakt, is het helemaal niet gek dat men vond dat de heggen opnieuw gevlochten moesten worden.


Gelegde en gevlochten heg bij de Bonenburg onder Heerde 



maandag 22 februari 2016

Sunte Peter

In Hattem en omstreken heeft men eeuwenlang het boekjaar afgesloten en opnieuw opgestart op 22 februari, zijnde de heiligendag Sint Petri ad cathedram, (ook cathedralis) of Sunte Peter. Het is de dag waarop werd herdacht dat Petrus bisschop werd (van Rome en dus de eerste paus). Ook de pachten werden op die dag betaald. Andere streken gebruikten Sint Maarten, 11 november. Het boekjaar afsluiten op 31 december en op 1 januari opstarten is een tamelijk nieuw verschijnsel. Nog op 22 februari 1966 werd de boerderij De Kolk van de diaconie van Epe verpacht (Ampt Epe 242 blz 36).

 Item dyt is mijn uutgeven van der stadtwegen aengaende
Sunte Peter ad catedram anno xviij (1518) duerende hent
Sunte Peter anno xix (1519) ende ellyk Philippus gulden gerekent
voer xl (40) Gorsseler


 Anno domini viffende fiftich ingaende
eeyndende Petri ad cathedram lvj (1556)

Rekenschap Henrici Haen van den domeynen
und inkomen der stadt Hattem de anno
vijffendeviftich ingaende Petri ad cathedram
lv (1555) eindende ende uuytgaende Petri cathedralis
inclusive sessendeviftich, den golden gulden gerekent
ad xxviij (28) stuvers Brabants gevalueerdt die herenpond xiiij (14) stuvers

donderdag 18 februari 2016

Prieel op de stadsmuur in Hattem

Op 18 februari 2016 is het gerestaureerde prieel op de stadsmuur in Hattem in de tuin van  het Hoge Huis heropend. De vormgeving is wat aantrekkelijker geworden en de centrale kolom is nu voorzien van informatiepanelen over de geschiedenis van het Hoge Huis, het prieel en met name over een van de bewoners, Frederic Adolph Hoefer, gemeentearchivaris van Hattem van 1895 tot 1931 en nog veel meer.



Hoefer, geboren 14 april 1850 was behalve gemeentearchivaris van Hattem,
  • kapitein der artillerie en met zijn paard gevallen en afgekeurd, hij liep voortaan mank, hij kreeg een staatspensioen 
  • medewerker Hollandse IJzeren Spoorwegmaatschappij in Amsterdam
  • directeur Bell Telephoon Maatschappij in Rotterdam
  • directeur Maatschappij voor Tijdaanwijzing in Rotterdam
  • oprichter van het Openluchtmuseum in Arnhem
  • oprichter van het Artilleriemuseum in kasteel de Doorwerth bij Arnhem (nu voortgezet in het Nationaal Militair Museum in Soesterberg)
  • directeur van het Stedelijk Museum Zwolle
  • oprichter en bestuurslid van de historische vereniging Gelre
  • bestuurslid van de Vereniging van Overijssels Recht en Geschiedenis
  • commandant in de rang van luitenant-kolonel in WO I van het kamp voor Duitse krijgsgevangenen onder Wapenveld  
  • generaal majoor titulair voor al zijn verdiensten op zijn 80ste verjaardag 
generaal Hoefer

Na zijn tweede huwelijk in 1890 met baronesse Van Heemstra uit Hattem kocht hij in 1892 het Hoge Huis aldaar.

Omdat de baronesse gouvernante van de jonge prinses Wilhelmina was geweest, kwam hare majesteit later nog wel eens op visite in het Hoge Huis. Ook Paul Krüger uit Zuid Afrika is er op de thee geweest.

Hoefer verkocht het Hoge Huis voor weinig geld in 1931 aan het Groene Kruis in Hattem.

Hij is in 1938 overleden en in Hattem begraven. Zijn graf is er nog.

 De tot op heden twee enige archivarissen van Hattem, Hoefer en Kouwenhoven

Het prieel in Hattem op de plek van de Lenartstoren op de stadsmuur begin jaren '90

Het prieel is mogelijk door baron Van Ittersum, eigenaar van het Hoge Huis voor Hoefer, gebouwd rond 1865 naar een voorbeeld bij paleis Het Loo dat hij als kamerheer van de koning moet hebben gekend. Het heet Bijlandts Rust


(Met dank aan Gerard Wever)



dinsdag 18 augustus 2015

Archeologen graven lijk op bij de kerk van Hattem



Vandaag wordt in De Stentor gemeld: er is een compleet  skelet bloot gelegd naast de Grote Kerk van Hattem. Omdat de gemeente nieuwe bomen wil planten, moet er eerst archeologisch onderzoek worden gedaan. Dat er lijken zouden worden gevonden, is geheel volgens de verwachtingen.Een skelet dat nu nog compleet is, is hoogstwaarschijnlijk begraven in de laatste jaren voor het stoppen van ter aarde bestellingen rond de kerk op 1 januari 1829. Toen ging namelijk een landelijke maatregel in, dat binnen bebouwde kommen van boven 1000 inwoners niet meer mocht worden begraven. Vanaf de Middeleeuwen was het gebruik dat men op het kerkhof rond de kerk en voor de rijken zelfs in de kerk werd begraven. Het is aannemelijk dat de Hattemers met de bouw van deze kerk zijn begonnen in 1176, toen de parochie zelfstandig werd. Er zou dus vanaf 1176 tot en met 1828 maar liefst 653 jaar lang mensen in en rond Hattems kerk kunnen zijn begraven. Voor die tijd begroeven de Hattemers hun doden op het “alde kerckhof” op de Gaedsbergh rond de oorspronkelijke kapel aldaar.




foto van het lijk in De Stentor op internet



Hoeveel lijken zouden er kunnen liggen rond Hattems kerk? De laatste tien jaar dat er rond de kerk is begraven,  1819 – 1828 zijn er 379 mensen in de gemeente Hattem overleden. Het aantal begraven mensen in die periode is echter groter geweest, omdat ook mensen uit Wezep en Hattemerbroek, buurtschappen die vanaf  1 januari 1818 zijn gelegen in de gemeente Oldebroek, in Hattem werden begraven.
Betere cijfers geven dan ook de overlijdensakten in de jaren daarvoor, maar die beginnen niet eerder dan  april 1811, dus dat zijn tot en met 1817 6,75 jaar. In die jaren zijn er gemiddeld 66,1 mensen per jaar in Hattem overleden.
Honderd jaar eerder, in de tien jaar van 1719 tot en met 1728 zijn er 564 mensen in en om de kerk begraven, dat is gemiddeld 56,4 per jaar.
Nog weer bijna honderd jaar eerder, in tien jaren tussen 1627 en 1638 voor zover de bron (de kerkrekeningen) het ons toeliet om de begraven mensen te tellen, zijn er 466 mensen in en om de kerk begraven. Dat is gemiddeld 46,6 per jaar. Verder terug kunnen we in de archieven niet gaan met dit soort tellingen.

Het gemiddelde dodental in Hattem rond 1635,  rond 1725 en rond 1815 loopt dus op van 46,6 via 56,4 tot 66,1
Hoe het verloop voor 1635 is geweest, is onduidelijk, maar als we het laagste getal, 46,6 nemen en dat naar beneden bij stellen om rekening te houden met de bevolkingsgroei in eerdere eeuwen, tot pak hem beet gemiddeld 35 doden per jaar voor de gehele periode van 1176 tot 1829, dan komen we uit op een totaal van globaal 22.855 lijken die rond en in de kerk zijn begraven.

vrijdag 20 maart 2015

Alle afleveringen van Heemkunde Hattem doorzoekbaar

Vrijwilliger Jan Lieske van het Streekarchief heeft op alle 141 afleveringen van het historische tijdschrift van Heemkunde Hattem (van 1980 tot nu) een index gemaakt. Elk van de bijna 13.000 namen is hierin voorzien van een korte aanduiding wat er over die persoon is gemeld. Heemkunde Hattem stelt die op de website van de vereniging door middel van een zoekoptie keurig beschikbaar.  http://www.heemkundehattem.nl/nl/zoeken/

Bent u op zoek naar een auteur van een artikel in het Heemkundeblad of de titel van een artikel, dan vindt u die op de website van het Streekarchief .  Zoek daar in de bibliotheek. Daar staan ze vanaf aflevering 51. De oudere (voor 1992) zijn te vinden in het boek de Historische Bibliografie van Hattem Hattemianae geschreven door H.J. Veldkamp.

donderdag 19 februari 2015

Goed in de slappe was zitten. Waar komt dat vandaan?



In de middeleeuwen moesten de schutters van het Annagilde van Hattem bij allerlei overtredingen niet een geldelijke boete, maar een pond was betalen. Dit lijkt voor ons op het eerste gezicht wat vreemd, maar er zit wel een logische achtergrond achter. Het woord “was” kennen we onder andere als grondstof voor kaarsen, toortsen en dergelijke. Overdrachtelijk kan het woord collectief worden gebruikt voor kaarsen vervaardigd uit was. Vaak als offergave voor religieuze diensten, ter ere van heiligen en dergelijke. Als spreekwoorden en zegswijzen, aansluitend bij de eigenlijke dan wel overdrachtelijke  betekenis, kennen we de volgende uitspraken: Het is niet al was dat brandt, hetgeen betekent: schijn bedriegt. Ieder heilige zijn was, betekent ieder het zijne. Ook specifieker in den zin van: ere wie ere toekomt. Als alle heiligen hun was ervan hebben, zit Onze-Lieve-Vrouw in 't duister," wordt gezegd van iemand die tekort wordt gedaan bij een deling, iemand  die juist in de eerste plaats (hier Maria) aanspraak op iets kan maken. De grondstof was voor het maken van kaarsen was een tamelijk kostbaar goedje. Daarmee staat het haast gelijk met baargeld. Van iemand die bemiddeld is zeggen we immers nog steeds dat hij goed in de slappe was zit. De waskaarsen werden in het bijzonder op altaren van heiligen gebrand. En dat zal in Hattem op het altaar van de heilige Anna niet anders zijn geweest. En na een bijeenkomst van de schutters brandden er geheid weer veel kaarsen van een pond was, omdat de heren het niet konden laten ruzie te maken of op elkaar te schelden. Er waren producten die als ruggengraat of motor van de Hanzehandel te beschouwen zijn. Was is er daar één van. Het fundament onder het handelsimperium van de Hanze en tevens haar betrouwbaarste inkomstenbron was de handel in bont en bijenwas. Door de groei van de christelijke erediensten was de vraag naar was enorm gestegen. Elke kerk en elk altaar vroeg om een afstraling van het eeuwige licht, die zich met dure waskaarsen het best liet realiseren. En dat niet alleen vanwege het licht, maar ongetwijfeld ook vanwege de geur die waskaarsen verspreiden. Al in de twaalfde eeuw kon de binnenlandse productie niet meer aan de vraag voldoen, zodat men op zoek moest naar nieuwe productiegebieden. Die vond men in de onafzienbare steppen en wouden van Nowgorod, Rusland, Wit-Rusland en Polen, waar wilde bijen elk jaar enorme hoeveelheden van dit begeerlijke materiaal voortbrachten. De Hanzekooplieden wurmden zich in die handel en werden de belangrijkste verhandelaars. Zij beheersten bijvoorbeeld begin 14de eeuw de Engelse markt zozeer, dat zij toen zij in een jaar daar slechts 10.000 kg was aanboden in plaats van het gebruikelijke tienvoudige, de Engelse koning ze voor de rechter daagde wegens majesteitsschennis. In 1566 werd er door de Hanze nog bijna 800 ton was door de Sont naar het westen getransporteerd. 


In Hattem lopen de kinderen op 10 november Sint Maarten

Het is in Hattem gebruik om op 10 november Sint Maarten te lopen in plaats van 11 november de dag van de heilige zelf. Er zijn landelijk meer viermomenten die op de dag voorafgaande aan de eigenlijke dag vallen. De meest bekende is Sinterklaas. Die viert heel Nederland op 5 december, maar zijn dag valt zoals velen weten op 6 december. Er is ook een naam voor dit verschijnsel. We vieren de “avond”. Sinter-klaasavond is ons feest, dat is op de dag voorafgaande aan de eigenlijke dag. Kerst-avond is de avond voorafgaande aan de eerste kerstdag. Voordat de vasten invalt op aswoensdag vieren velen de “vastenavond” dat is het carnaval op de dinsdag (en inmiddels al veel meer dagen) voorafgaande aan de aswoensdag. Het is dus zeer aannemelijk dat we in Hattem gewoon Sint Maartensavond vieren, dat is de dag voorafgaande aan de elfde van de elfde. Niets bijzonders als je het zo beschouwt. Gezien het feit dat het hele land Sinterklaasavond, de vijfde december, viert, is het onbegrijpelijk dat onze omgeving en wij zelf elke keer rond 10 november zoveel ophef maken over de Hattemer viering van Sint Maartensavond. Eigenlijk is het heel gewoon. Let ook eens op het Duitse “Sonnabend” het andere woord voor “Samstag”, de dag voor de zondag.

Artikel 11 van het reglement voor de gemeenschappelijke weide Het Veen te Hattem van het jaar 1836 luidt als volgt: “Vóór den bepaalden omslag, en ná St Marten -of 10 november- zal geen vee in Het Veen worden toegelaten”. Hieruit kunnen we concluderen, dat reeds in de eerste helft van de negentiende eeuw, 180 jaar geleden, men in Hattem niet beter wist dan dat Sint Maarten op 10 november werd gevierd.